Kabinet zet in op sterke groei windvermogen en waterstofproductie op zee

Datum: 19-09-2022

In 2050 moet er voor 70 gigawatt vermogen van zee komen. Naast de opwekking van elektriciteit plant het kabinet ook voor grootschalige waterstofproductie op de Noordzee. Hiermee zal een flink deel van de industrie over kunnen stappen van gas naar groene waterstof.

|
|
Kabinet zet in op sterke groei windvermogen en waterstofproductie op zee

Duurzaam elektrificeren èn groene waterstof

Minister Rob Jetten van Klimaat en Energie schrijft in een kamerbrief van plan te zijn om tot het jaar 2040 50 gigawatt windvermogen te realiseren. Vervolgens moet dit verder groeien tot zo’n 70 gigawatt in 2050. Momenteel wordt er gemikt op ongeveer 21 gigawatt rond 2030, wat grofweg 75 procent van het huidige Nederlandse elektriciteitsverbruik is.

Het kabinet gaat uit van het maximum van wat gedacht wordt nodig te zijn. Jetten tekent hierbij aan dat de plannen ‘zeer ambitieus’ zijn. “De komende jaren gaan we kijken hoeveel gigawatt er precies nodig is. Dit geeft ons de mogelijkheid om een groot deel van Nederland duurzaam te elektrificeren én groene waterstof op te wekken voor de industrie. We gaan zorgvuldig te werk, met oog voor de natuur boven en onder water én andere belangen op de Noordzee zoals voedselproductie, scheepvaart, defensie en kustverdediging.”

Droneshot van de zee en windmolens

Windparken met elkaar verbinden

De nieuwe windparken komen vooral in verder gelegen gebieden op de Noordzee. Het plan is om deze via grote energieknooppunten op zee met elkaar te verbinden. Zo hoeven niet alle windparken apart gekoppeld te worden met het elektriciteitsnet op land, maar kunnen meer windparken op het energieknooppunt aangesloten worden.

Door windparken te verbinden en bij de energiehubs waterstof op zee te maken, zijn er minder elektriciteitskabels nodig om de energie aan land te brengen. Dit zorgt voor lagere kosten, terwijl er ook minder ruimte aan de kust nodig is. Ook kunnen via de hubs verbindingen met andere Noordzeelanden worden gelegd. In mei dit jaar spraken Denemarken, Duitsland, België en Nederland al af nauw te gaan samenwerken. Als onderdeel van de afspraken zullen de geplande energieknooppunten van deze landen onderling verbonden gaan worden. Dit zorgt voor een robuuster energiesysteem voor alle landen.

Grootste inpandige testlocatie

In het kielzog van deze enorme toename van het aantal windmolens, komen er compleet nieuwe, hoog gespecialiseerde bedrijven tot ontwikkeling. Voor een deel vestigen die zich ook in Noord-Holland Noord. Een voorbeeld is WMC Technology Center Netherlands, dat in Wieringerwerf de grootste inpandige testopstelling voor windturbines heeft geopend. Op deze locatie worden duurzaamheidstesten op slijtagegevoelige onderdelen uitgevoerd.

Met de bouw van de locatie is twee jaar geleden begonnen. In 2021 zijn de eerste testen van start gegaan. Vanwege corona kwam het nog niet tot een officiële opening. Dat gebeurde op 5 september in aanwezigheid van de top van het Deense moederbedrijf LM Windpower.

Headerbeeld:  © Ad Meskens / Wikimedia Commons

Gerelateerd