Den Helder: haven van de toekomst

De energietransitie lijkt op het eerste gezicht een bedreiging voor een zeehaven die al decennia floreert dankzij een sterke olie- en gasindustrie. Maar het tegendeel is waar. Dankzij de aanwezige gasinfrastructuur en alle bijbehorende kennis en bedrijvigheid kan Den Helder uitgroeien tot een duurzame waterstofhub van nationaal en zelfs internationaal belang.

Waar mobiliteit op land voor een groot gedeelte emissieloos kan worden gemaakt met elektrische aandrijving, is dit voor mobiliteit op zee geen optie. Vanwege de beperkte capaciteit en het relatief hoge gewicht van een accu. Voor lange afstanden te varen is een krachtige energiebron nodig op basis van een efficiënte brandstof. Veel experts zien waterstof als zo’n brandstof. Waterstof is eenvoudig te bunkeren en op te slaan, terwijl de ‘uitstoot’ alleen bestaat uit water en zuurstof. De maritieme sector leent zich er bij uitstek voor om een voorloper te zijn in het reduceren van emissies in de transportsector.

Speciale aandacht gaat hierbij uit naar de toekomstige rol van  havengebieden. Hier komen diverse soorten  infrastructuur bij elkaar. Infrastructuur voor het transport van energie (o.a. pijpleidingen en hoogspanningskabels), maar ook vaarroutes en wegen. Dit maakt havengebieden uitermate geschikt voor de ontwikkeling van ‘energieterminals’; plaatsen waar vraag en aanbod van (duurzame) energie bij elkaar komen en die directe toegang bieden tot landelijke energienetten.

Van haven tot waterstofhub

Port of Den Helder ziet de energietransitie dan ook als een kans en zet volop in op de ontwikkeling van een waterstof ecosysteem. De ambitie is om stapsgewijs te transformeren tot waterstofhub van nationaal belang en een centrale rol te spelen in de energievoorziening van morgen. Hierbij zet Den Helder enerzijds invullen met grootschalige toevoer van waterstof op het landelijke waterstofnetwerk, de H2Backbone, en anderzijds door rederijen en andere maritieme gebruikers toegang te geven tot emissieloze brandstof.

Voor deze transformatie gaan we uit van drie fases.

Fase 1 - 2025
Waterstof bunkeren en walstroom

Om de CO2 emissies van scheepvaart te verminderen, is het essentieel dat schepen waterstof kunnen bunkeren. Den Helder investeert daarom in de aanleg van een waterstof bunkerhaven. In eerste instantie is deze bedoeld voor het bunkeren van schepen met waterstof in gasvorm. In een latere fase is het de bedoeling dat schepen ook terecht kunnen voor het bunkeren van vloeibare (cryogene) waterstof, speciaal voor lange afstandsvaart. Ook komen er faciliteiten voor alternatieve brandstoffen, zoals methanol, natriumboorhydride en ammoniak.

Een onderdeel van het waterstof ecosysteem is de realisatie van een geïntegreerde waterstof waardeketen onder de projectnaam Zephyros. Deze keten omvat de volgende schakels:

  • lokale productie van waterstof met groene stroom van een nabijgelegen zonnepark;
  • transport van waterstof binnen het haventerrein via een lokaal H2 leiding netwerk;
  • afgifte van waterstof bij de bunkerhaven (scheepvaart) en een tankstation (vrachtverkeer).

Ook voorziet Zephyros in de ombouw van twee zeeschepen voor aandrijving met waterstof en een proeftuin waar rederijen ervaring kunnen opdoen met waterstoftechnologie.

Daarnaast is het belangrijk dat schepen die liggen aangemeerd in de haven op emissieloze wijze van elektriciteit kunnen worden voorzien. Hiertoe komen er vijf walstroomvoorzieningen die elektriciteit opwekken op basis van waterstof. Deze voorzieningen worden opgenomen in een smart grid oplossing met een geavanceerd energiemanagementsysteem. Samen met de aanleg van een waterstof bunkerhaven en de ontwikkeling van een geïntegreerde waterstof waardeketen (Zephyros), vormt de innovatieve walstroomvoorziening de basis het waterstof ecosysteem dat gerealiseerd wordt in de haven van Den Helder en dat naar verwachting in 2025 gereed zal zijn.

Fase 2: 2025-2030
Versnelde uitbreiding waterstof ecosysteem

Fase 2 kenmerkt zich door een snelle uitbreiding van het waterstof ecosysteem vanaf 2025. Een centrale rol speelt het project H2Gateway. Het betreft een omvangrijk investeringsprogramma voor de bouw van een faciliteit voor grootschalige productie van koolstofarme waterstof. Bij de productie wordt  CO2 afgevangen en (offshore) ondergronds opgeslagen. Tevens voorziet de uitbreiding van het ecosysteem in de bouw van een waterstofleiding van Den Helder naar de Wieringermeer, waar aansluiting plaatsvindt op de landelijke waterstof backbone.

H2Gateway staat garant voor een jaarlijkse productie van 0,2 Mton waterstof, ofwel 25% van de verwachte industriële vraag. Door het nationale waterstofnet op korte termijn te voeden met grote hoeveelheden betaalbare, centraal geproduceerde waterstof, kan H2Gateway de transitie in Nederland naar waterstof aanzienlijk versnellen. De omschakeling van grote industriële afnemers op de door deze faciliteit geproduceerde waterstof zal bijdragen aan een jaarlijkse CO2-reductie van 2 Mton, of 14% van de opgave voor 2030. Daarnaast biedt de productiefaciliteit een aantal bijkomende voordelen, zoals leveringszekerheid en balancering van het waterstofnet.

H2Gateway is nadrukkelijk een tussenoplossing. Centrale productie van koolstormarme waterstof biedt de industrie een alternatief voor het gebruik van fossiele grondstoffen en stelt de industrie in staat om de omschakeling te maken tot er voldoende duurzaam geproduceerde (groene) waterstof beschikbaar is (zie hieronder).

Illustratie – Door waterstofproductie uit aardgas te centraliseren kan effectief CO2 worden afgevangen en permanent worden opgeslagen in de Noordzee. Industriële afnemers kopen direct CO2-vrije waterstof in via een te realiseren landelijk waterstofnetwerk.

Fase 3: 2030 en verder
Ontwikkeling van volwassen waterstofhub

In eerste instantie zal de H2Backbone gevoed worden vanuit de productiefaciliteit H2Gateway. Vanaf 2030 neemt de beschikbaarheid van groene waterstof echter sterk toe. Verschillende grote offshore windparken die nu nog in voorbereiding zijn, zullen dan in bedrijf worden genomen. De energie van de windparken die verder uit de kust liggen, komt grotendeels aan land in de vorm van waterstof. Port of Den Helder is hiervoor de logische plaats. Naast dat er bestaande (gas)leidingen lopen die hier aanlanden, heeft Port of Den Helder alle infrastructuur beschikbaar om grootschalige toevoer van waterstof tot het nationale waterstofnet mogelijk te maken.

De haven van Den Helder zal zich vanaf 2030 dan ook in gestaag tempo verder ontwikkelen tot volwassen waterstofhub Naarmate de waterstofeconomie groeit, groeien de havenfaciliteiten mee. Dit betekent voor het havengebied een verdere uitbreiding van de walstroom voorzieningen, maar ook de realisatie van een bunkerfaciliteit voor cryogene waterstof. Kortom, Port of Den Helder blijft investeren in de energietransitie.

Illustratie – Na de realisatie van offshore windfarms en electrolysers kan groene waterstof via een landelijk waterstofnetwerk op grote schaal worden geproduceerd voor de groeiende waterstofmarkt. De productie en afname van duurzame waterstof in Nederland neemt toe en kan worden uitgebreid naar andere Europese landen.

Illustratie – Na de realisatie van offshore windfarms en electrolysers kan groene waterstof via een landelijk waterstofnetwerk op grote schaal worden geproduceerd voor de groeiende waterstofmarkt. De productie en afname van duurzame waterstof in Nederland neemt toe en kan worden uitgebreid naar andere Europese landen.

Duurzaamheid in mobiliteit beperkt zich niet tot het wegvervoer. Ook voor de scheepvaart zijn doelstellingen tot reductie van de uitstoot vastgelegd. Hoewel de CO2-uitstoot per vervoerde container misschien wel meevalt, zijn schepen onmiskenbaar een grote bron van ongewenste emissies. Volgens schattingen is scheepvaart goed voor 3% van de uitstoot van broeikasgassen wereldwijd en 4% van de uitstoot van broeikasgassen in de EU.

De verwachting is dat de uitstoot bij onveranderd beleid als gevolg van groeiende internationale goederenstromen verder zal toenemen. Dit zou de ambities van de EU voor het reduceren van schadelijke emissies ondermijnen. Vergroening is dan ook noodzakelijk. In verschillende Green Deals heeft de EU vastgelegd dat de jaarlijkse CO2-uitstoot van de  internationale zeescheepvaart in 2050 70% minder moet zijn dan in 2008, met een reductie van 20% al te behalen als in 2024 (ten opzichte van 2008).

Gerelateerd